
Afgelopen zondag stond ik met mijn rugzak, een cappuccino met vanillesmaak en een sigaretje om twaalf uur ’s middags van het zonnetje te genieten in de buurt Roma. Aan de andere kant van de straat spotte ik warempel een blonde jongen van in de twintig. Hij leek schichtig om zich heenkijkend naar herkenningspunten te zoeken terwijl hij met haastige tred de weg overstak. Ondanks onze uiterlijke overeenkomsten, voelde het alsof ik plots getuige was van een aards bezoek door een buitenaards wezen.
Om de hoek kwam Alonso met zijn lange haar, traditioneel Mexicaans overhemd en leren boots tevoorschijn. We begroeten elkaar met een lach en een zoen en deelden mijn koffie terwijl we op de rest van de Mexican Juligans wachtten. Met de band compleet, alle instrumenten, merch en versterkers achterin de Jeep of op schoot reden we met zijn vijven naar een pueblito ergens in Estado de México. De stemming in de auto was jolig en opgelaten, we luisterden en zongen mee met heerlijke muziekjes en passeerden de dichtst bevolkte buurt in het Oosten van Mexico-Stad. Hier wonen mensen die van diverse plekken uit het land zijn gekomen en ‘geen plaats hebben’ in het centrum. Volgens de leden van de band ontstaat hier ‘het echte’ chilango door het hoge barrio gehalte. Hoe Oostelijker we rijden, hoe kleiner de huisjes bestaande uit opgestapelde beton blokken, hoe meer street dogs & stray cats temidden van bergen afval en industrieel terrein.

Ergens in een klein dorpje genaamd Tenango, omringd door groene maisvelden stonden we tussen de instrumenten naast het podium. Alonso opende zijn tas om hier een Delfts blauw blik met een prent van schaatsers die een molen passeren op een bevroren rivier uit te halen.
“Wouw!”
Zei ik terwijl ik me vereerd voelde dat hij mijn geschenk van vorig jaar bij zich droeg.
Hij lachte wat ongemakkelijk en antwoordde hij dat hij hierin zijn mota (wiet) bewaard én dat de datum van zijn verjaardag erop staat.

Redelijk high stond ik met mijn camera paraat te wachten terwijl de band hun instrumenten op het podium installeerden. Twee jonge vrouwen en een gozer met een hanenkam en een opgebrande sigaret door het gat van zijn oorlel stonden opeens voor mijn neus. De vrouw met paars geverfd haar wilde met mij een selfie maken, die ze me vervolgens naar mijn Whatsapp stuurde. De jongen met de sigaret door zijn oor bleek de grootste fan van de Mexican Juligans en de andere vrouw vroeg mij of ik me bij hun groep wilde aansluiten, waarna ik direct een speciaal biertje in mijn hand gedrukt kreeg. Opeens ben ik de buitenaardse alien of de Hernán Cortes temidden van Malinchistas.
Vaak vraag ik me af waarom de meeste mensen uit Mexico zo ontzettend enthousiast en verwelkomend reageren op witte mensen (nou ja, zo ervaar ik dit als wit mens).
Een tijdje geleden vroeg ik aan Bruno waarom Mexicanen zo overdreven op mij te lijken reageren. Hij antwoordde me dat het allemaal ‘pinche malinchistas’ zijn. “Pinche watte?” Hij legde uit dat Malinche een indígena was die het aanlegde met de Spanjaard Hernán Cortés en haar eigen volk op deze manier verraadde door de geheimen van haar landgenoten met Cortés te bespreken om zo de Spaanse verovering te bevorderen. Nogal paradoxaal, want zou dat dan in de vergelijking van Malinche als Mexicaan en Cortés als ‘extranjero’ (buitenlander) betekenen dat elke Mexicaan zijn land verraad door witte mensen te adoreren?
In eerste korte gesprekjes met onbekenden op straat, in de winkel, in het verkeer of waar dan ook, heb ik een patroon ontdekt.
Het gaat ongeveer zo:
“¿Aleman?” (Duits?)
“No, Holandes.” (Nee, Nederlands.)
“¿Estás de vacaciones?” (Ben je op vakantie?)
“Sí. Y estoy visitando mis amigos.” (Ja. En op bezoek bij vrienden.)
“¿Cuanto tiempo llevas aquí?” (Hoelang ben je hier al?)
“Como un mes.” (Ongeveer een maand.)
“¡Hablas bien Español!” (Wat praat je goed Spaans!)
Wat ik dan een gekke opmerking vind, omdat ik nauwelijks écht heb gepraat, maar afin.
“¿Qué te gusta de México?” (Wat vind je leuk aan Mexico?)
Vervolgens doe ik weer het riedeltje met zo nu en dan variaties:
“La gente (¡son tan amables!),
la comida (pozole, enchiladas, sopes..),
la música (como Son Jarocho, Haupango, Mariachi, Banda…).”
Oftewel; de mensen, het eten en de muziek.
Maar vooral willen de meeste mensen waarmee ik korte gesprekken voer heel graag met mij delen welke plekken het allermooist zijn in Mexico, die ik vast en zeker moet gaan bezoeken, welke gerechten ik moet proeven en welke muziek ze zelf mooi vinden.
Wat ik hiermee wil zeggen is dat in deze korte gesprekken hun liefde en trots voor Mexico naar voren komt. Naarmate er meer tijd is voor deze eerste gesprekken vertelt menigeen over de pre hispaanse geschiedenis, de paar woordjes die men weet in één van de diverse inheemse talen die nog worden gesproken (zoals bijvoorbeeld Mixteco of Náhuatl), de ontelbare gerechten, pulque, mezcal EN voetbal (Geen uitzondering daargelaten; Mexicanen weten meer over Nederlands voerbal dan deze ‘pinche’ Nederlander.).
Om terug te komen op mijn vraag: zou elke Mexicaan zijn land verraden door het adoreren van de buitenlander? Ik denk het niet als je bijvoorbeeld kijkt naar de Mexicaanse trots die doorschemert in het bovenstaande voorbeeld van ‘eerste’ en korte gesprekken. Het voelt alsof een ieder met mij wilt delen hoe prachtig het hier is. Alhoewel ik vaak genoeg ook verwikkeld raak in gesprekken die gaan over de corruptie vanuit de overheid en politie die opereren als één grote maffiafamilie en het spel van verdeel en heers lijken te hebben bedacht. Of over de toenemende onveiligheid door de narcos en de angst die zij zelf voelen in dit land in vergelijking met (onder ouderen) hun kindertijd.
Wellicht een zijspoor aan gedachten, waar ik nog niet helemaal mijn vinger op kan leggen maar later over hoop uit te kunnen wijden.

Na het optreden van de band volgde er een rockabilly band, waarop we keihard uit ons dak zijn gegaan. Voor ik het wist was het allemaal weer voorbij, laadden we de boel in, stopten we onderweg voor een paar liter biertjes en plaspauzes en waren we voor ik het wist terug in de stad, waar het inmiddels flink was begonnen te regenen.
We parkeerden voor het huis van de zanger, haalden we zijn vrouw en pasgeboren dochtertje op om vervolgens met zijn allen de prachtige dag af te sluiten met overheerlijke tacos, enchiladas, sopas en papas.
Samen eten na een dag op pad te zijn met elkaar is geen uitzondering; twee weken geleden was ik samen met Alfredo (die me voor deze opdracht had gevraagd) van de muziekschool onderweg naar een zanger, waar ik nummers op de piano instudeerde met de zanger voor een optreden op een verjaardagsfeest. Na onze oefensessie vroeg Alfredo of ik wat wilde eten. “Nee, je kan me bij mijn huis afzetten, dan haal ik wel wat bij de supermarkt.” Dat was het verkeerde antwoord, want hij kon het absoluut niet over zijn hart verkrijgen mij met honger thuis af te zetten.
In Nederland zou ik hoogstwaarschijnlijk zijn gedropt ergens in de buurt van mijn huis, om vervolgens een kant en klare salade of diepvries pizza te kopen bij de Appie. Om de holle eenzaamheid die ik hier weer zou ontmoeten zou ik een of andere romantische comedy aanzetten, waar nieuwe liefdes elkaar vinden en zich na een hoop gedraai, geruzie en onbedoelde misverstanden in plaats van de logische optie; met elkaar breken, toch opeens na een groot liefdesgebaar ‘voor elkaar gemaakt’ zijn.
Of die keer dat ik Alonso zonder dit hebben af gesproken tegenkwam bij de boulderhal. Na een paar uur klimmen en een rammelende maag gingen we samen wat eten, om vervolgens onze weg voort te zetten naar het skaconcert van de band Valkirias.
Ik vergeet vaak de tijd en dat maakt helemaal niet uit, als je samen bent, ben je samen en geniet je van het eten, een gesprek of de muziek. En op je mobiel kijken, doe je maar lekker thuis of op de plee.
Toegegeven; vorige week overwoog ik een enkeltje eerder naar huis te boeken om vervolgens mijn vakantie ondergedoken in het tuinhuis van mijn ouders voort te zetten. En aan de andere kant van het spectrum googelde ik vanochtend op “How to start a business in Mexico?” (Dit lijkt een stuk eenvoudiger dan in Nederland te zijn).
Ik laat deze één-na-laatste paragraaf lekker in het midden en ga nu snel onderweg naar de boulderhal van ‘Avocado Man’, oftewel de Finse eigenaar van de boulderhal met een tattoeage van een advocado op zijn pols.
Saludos!!

La Güera.












