Gisteren om twee voor negen ’s ochtends stond ik voor de muurschildering bij metro Universidad te wachten op Kenia en Andrea. Heb ik het bericht wel goed begrepen? Sta ik op de goede plek? Wat als ze ergens anders….. Daar verschenen twee kleurrijke en stralende Mexicaanse chicks. Ingetogen maar verheugd, met een grote grijns op de gezichten liepen ze me tegemoet. “Tan bueno verlos de nuevo!” Alle zorgen vielen van me af en ik had volle vertrouwen in ze over waar we naartoe zouden gaan.

We pakten een overvolle bus naar de voet van de vulkaan Xitle. Via het fietspad ciclopista de Ajusco liepen we omhoog. Hoewel ik hier nog maar minder dan een week gedij, was het een verademing om te kunnen lopen, groen om me heen te hebben en de frisse wind op mijn huid te voelen.
Het overgrote deel van de mensen in de stad ‘bewegen’ zich voort van A naar B middels voertuigen. Zo ging ik vrijdag met Bruno, Damián en Kevin boulderen, waarover Damián grapte; Europeanen doen dit voor de lol, Mexicanen alleen als ze over de grens naar de Verenigde Staten moeten klimmen. Na het boulderen vonden ze dat we wel een biertje en een pizzaatje hadden verdiend, dus reden we met z’n vieren, terwijl de Mexicaanse Ska-band Inspector door de speakers klonk naar een zeer gevaarlijke buurt volgens Bruno, om even een korte stop te maken voor gomichillas en coronas clamatitos; een liter bier met gummiberen en tomatensap voor elk.
Kenia vertelde ons over de maguey plant die daar alom groeit. Het hart van de plant gebruikt men om de mystieke alcoholhoudende drank pulque mee te maken, de vezels om textiel mee te vervaardigen, de stam om een didgeridoo uit te halen en de buik voor een percussie instrument, bovendien kunnen de bloemen ook gegeten worden.
We vonden een mooie plek om onze geest te verlichten en een broodje te eten. We keken uit over het bos op de vulkaan, een verlaten villa en in de verte de in wolken gehulde, haast onzichtbare stad.

Na onze voortzetting kwamen we aan bij een plek waar het naar heerlijk eten rook en waar een vastgebonden rotweiler naar ons bleef blaffen. We bestelden champignon soep en pulque. “Het hondje wilt alleen maar spelen en een beetje liefde…” Zei Andrea terwijl ze naar de hond keek. De vrouw die onze soep bereidde zette ook nog een aantal tacos, salsas en limones voor onze neus. Ik kijk altijd even hoe de anderen eten voordat ik zelf begin, want er zit bij sommige gerechten een handleiding “hoe eet ik….?” bij. Andrea en Kenia pakte een warme taco uit het mandje en smeerden er wat tomaten met koriander en uien salsa op, waarna ze deze oprolde en dus niet in de soep doopten. Ik volg en besmeer mijn taco met een lading tomatensalsa.
“Te vas a enchilar!” Waarschuwde Kenia me terwijl ik net een flinke hap doorslikte. Rood hoofd, hoesten, zweten, je begrijpt het wel.

Na onze siesta in het maisveld liepen we terug richting de splitsing bij het open tentje met de keuken en de pulques. We besluiten af te dalen naar rechts, in plaats van rechtdoor over het fietspad, wat velen malen langer lopen is.
In de verte zien we drie mannen met sombreros en een herdershond. Achter hun een gesloten hek. “Zouden we hier verder kunnen lopen?” “Laten we het aan hen vragen…” Zei Andrea, terwijl ik het niet helemaal zag zitten. We daalden aarzelend af en de mannen liepen stapvoets omhoog. Plots zag ik de blinkende machete die de oudste man in zijn hand hield.
“Podemos pasar por aquí?” Vroeg Andrea aan één van de mannen. “Beter van niet, zei de man terwijl hij mij met een veel betekende blik aan leek te kijken. Hierbeneden wonen gente fifi.” Andrea en Kenia keken elkaar aan en draaiden zich zonder iets te zeggen om. Zo belandden we weer op het fietspad waar we ‘veilig’ konden afdalen. Terwijl we langs een grote omheining met daarachter een kooi met drie enorm enge herdershonden lopen, legden ze me uit dat ‘gente fifi‘ mensen zijn met geld en handelen in cocaïne.
Alle stoelen in de bus richting Escuela Oyamel zijn bezet terwijl twee oudere doñas me tegemoet lopen. Ik zou eigenlijk moeten opstaan voor deze gerespecteerde oudere dames, maar ik kan ook net alsof doen dat ik een domme toerist ben dacht ik terwijl ik mijn voeten voelde. “Pulque mocht voorheen alleen door ouderen die veel wijsheid bezitten gedronken worden”, hoorde ik Kenia zeggen. Naast me speelden twee kinderen en een man het spelletje bocho amarillo; degene die het eerste een gele Volkswagen Kever ziet en bocho amarillo roept, mag de anderen slaan. Achter mij zitten twee zoenenden tieners. Ik voel de blikken van de doñas al op hun hoofden branden. Het meisje belt iemand op en vraagt degene aan de andere kant van de lijn “Oye! Wil je tegen mijn ouders zeggen dat ik vanavond bij jou ben?”
Eenmaal thuis aangekomen val ik zo goed als meteen in slaap. Las Brujas hebben me al voor vele nieuwe avonturen uitgenodigd, dus we gaan zien wat er nog allemaal te wachten staat. Hopelijk geen fifi mensen, en hopelijk het begin van een mooi verhaal.

6 juli 2019 – Julia Louisa Hollander
Leuk om te lezen. Heel veel plezier daar!
LikeLike