Afgelopen woensdag ging ik met Bruno naar Centro Histórico, om de tickets voor het afstudeerfeest van de Uni aan zijn studiegenoot te overhandigen. Van deze ontmoeting kwam 5 liter bier en van 5 liter bier kwam een Reggaeton feestje, van dat feestje kwam een uitgescheurde broek en een mannetje die elektrocuties uitdeelde. Dat terzijde.
Het afstudeerfeest in kwestie is dus vanavond. Al de hele week zijn we in de weer geweest met wat er dan gedragen moet worden en wat er dan gedanst wordt.
“Je moet een jurk lenen.”
“Van Karl?”
Bruno begon hard te lachen terwijl ik niet helemaal begreep wat er grappig was.
“Karl is zó klein.”
Zei hij met zijn duim en wijsvinger net iets uit elkaar.
“Van Ague?”
“Ague is super dun…. Ahh ik weet ‘t, van mijn nichtje Claudia!”
Zo gebeurde het dat Bruno, Bety (zijn moeder) en ik de volgende avond met een tas vol met eten naar het huis van Claudia onderweg waren. De hele familie woont hier samen; de moeder van Claudia; Claudia, de man (of de broer?) van haar moeder, haar broer met zijn kinderen, en de kinderen van haar andere broer waren aan het logeren. We gingen met z’n allen rondom de tafel zitten, waar de snacks al klaar stonden en de wijn rondging. Het gezelschap grapte over de buurt; over hoe iedereen hier elkaars nicht, neef, tante, oom, achternicht of ander soort familie van elkaar is en dat je moet uitkijken met wie je uitgaat, wie weet is het ergens wel familie van je.
“Eén ding is zeker, Bruno en ik zijn in ieder geval geen familie van elkaar.”
Gelukkig viel mijn gepoogde opmerking deze keer wél goed. Vervolgens moest ik een stuk of twintig jurken aantrekken en deze dan ook heel uitgebreid demonstreren, terwijl ik het na de tweede jurk te hebben gepast wel wist en ik me kapot schaamde.

Gisteravond vroeg ik terloops aan Bruno: “Wat zal ik eigenlijk met mijn haar doen?”
“Oh shit!”
Antwoordde hij helemaal in paniek, terwijl ik eerder dacht aan het los of vast doen, niet teveel gedoe.
“Kom, kom!”
Zei hij terwijl hij mijn hand vast pakte.
“Mam, wat moet Julia met haar haar doen?”
Vervolgens pakte Bety mijn hand en zei: “Kom, kom! Mary weet het.”
We liepen naar buiten, staken over en liepen een kapperszaakje binnen waar Mary het haar van een oudere dame aan het verven was.
“Kom morgen om 17 uur terug en neem foto’s mee.”
Zei Marysol met een grote grijns.
Die beruchte woensdagavond speelden Zaïd en Bruno de quizmasters en kreeg ik Mexicaanse uitdrukkingen of woorden die verschillende betekenissen hebben afhankelijk van de intonatie of de situatie waarin het wordt gezegd, waarvan ik de betekenis aan hun moest uitleggen.
“¡Aguas!”
“”Aguas” betekent “kijk uit!” en stamt uit het koloniale tijdperk in Mexico, toen er nog geen volledig rioleringssysteem was en men hun vieze water of plas uit het balkon naar beneden gooide.”
“Goed! 10 punten. Volgende: “¡No Mamies!”
“Kan gebruikt worden bij verbazing: “Meen je niet!” of teleurstelling: “Nee!!!” of als verheugde verassing: “wouw! Meen je!”
“Super!”
Zo ging het nog even door, helaas merk ik nu dat de rest van de quiz uit mijn geheugen is gezeefd. Maar ik beloof spoedig een mini woordenboek met Mexicaanse woorden en uitdrukkingen te delen die ik tot nog toe heb geleerd.

Op het feestje met Reggaeton werd ook Salsa en Cumbia gedraaid. Al dansend leerde ik van Zaïd en Bruno dansen. Gister een “examen” cumbia moeten uitvoeren, waarbij Damián, het broertje van Bruno, de jury was. Dusver ben ik geslaagd en in de woorden van Zaïd:“Als je hier weggaat, hebben we je volledig getransformeerd in een Latina.”
Inmiddels is het kwart over elf en hoog tijd voor mijn bouldersessie bij Casa Boulder. Om hier te komen ben ik wel even onderweg:
In plaats van me overal door Uber te laten vervoeren vanwege veiligheidsoverwegingen, heb ik de afgelopen week een aantal nieuwe manieren van vervoer uitgeprobeerd.
Zo loop ik nu door de buurt op weg naar Music Factory, wat een absolute verademing is. Onderweg passeer je straathonden die vaak in paren op zoek zijn naar eten, gekleurde huizen ondergespoten met graffiti, piepjonge meisjes met plastic tassen in de linker- en een kindje aan de rechterhand, open winkeltjes met snacks, drank en sigaretten, snack-plekken waar taco’s met vlees, salsa, ui en koriander wordt gegeten en marktjes waar ontzettend veel diverse groenten, chilipepers, snoep en noten worden verkocht.
Niet te vergeten de mannen die je vanuit hun carcachitas naroepen met “¡Güera!”.
Zou ik dit als vrouw in de #meToo tijd kunnen of moeten opvatten als intimidatie?
Wellicht.
Zolang ‘ze’ me niet in hun auto trekken om me vervolgens ergens op de Xitle te dumpen vind ik het best. Ik heb besloten om me deze naam toe te eigenen; “¿Cómo te llamas?” “¡La Güera, cabrón!”

Vanaf Music Factory, de muziekschool waar mijn vriend lessen geeft voor de zomercursus, loop ik naar de bus die me naar Avenida Aztecas brengt, waar de boulderhal gevestigd is. Heel makkelijk klinkt het, maar in de praktijk valt het tegen. Er staan geen aangegeven plekken op straat vanwaar de bussen vertrekken, noch tijden, noch aangegeven haltes die de bus onderweg zal passeren. De groene bussen rijden simpelweg langs, in de ruit een kartonnen plaatje met het eindstation. Je steekt je hand uit om de bus aan te houden of je fluit heel hard als je net iets te laat bent. Voorin zit de chauffeur met naast hem zijn loopjongen, die af en toe de bus uitspringt met een jerrycan en wat wisselgeld als de bus stilstaat voor een rood licht. Aan de voorruit hangt een groot houten kruis met een bebloede Jezus. Uit de boxen klinkt Cumbia of Reggaeton. Een aantal keer betrapte ik mezelf dat ik meezong of floot, temidden van vermoeide mensen, die allemaal van of naar werk gaan, terwijl ik een beetje op mijn gemakkie als vakantieganger vrij van de echte zorgen in Mexico door de stad huppel.
Aanstaande maandag verhuis ik naar Coyoacán om me volledig te storten op de voortzetting van het onderzoek en mijn film. Over de afloop van het afstudeerfeest, Mexicaanse uitdrukkingen en de muzikale- en film avonturen later meer!
Saludos!
La Güera
13 juli 2019 Julia Louisa Hollander